Analyse van de rugcrawl start
Een analyse van de rugcrawl start
De rugcrawl start
De voeten mogen nu boven water worden gezet bij de afzet maar nog steeds tegen een vlakke verticale plaat. Dat maakt de afzet om niet weg te glijden aanvankelijk niet zo eenvoudig. Daar is een speciale afzet techniek voor nodig die je niet zo snel zal beheersen. Wij zullen hier enkele voorbeelden laten zien van deze afzet en de er achter liggende mechanica voor een beter begrip van de rugcrawl afzet. Net als bij het startblok, waar nu een afzetplankje gebruikt mag worden, het nieuwe Omega startblok, is er wellicht in de toekomst ook zo iets dergelijks te verwachten voor de afzet van de rugcrawl start. Een afzetplankje te vergelijken met een gootje zal de start aanzienlijk kunnen vergemakkelijken en tevens versnellen. Maar dan is nu nog absoluut niet toegestaan. Maar dat was het met het startblok recentelijk ook..
De starthouding bij de rugrawl.

Fig. 1.1. Fig. 1.2.

Fig. 1.3. Fig.1.4.
Veel verschillende houdingen. Fig1.3. is wel heel opmerkelijk en uit het oogpunt van mechanica zo slecht nog niet. Hoog beginnen met veel potentiële energie.
Tussen de figuren 1.1. en 1.2. is het verschil in het buigen van de benen. In 1.1 zoveel mogelijk ingebogen en bij 1.2. is dit veel minder. Zhivanevskaya in 1.4. is zoveel mogelijk ineengevouwen.
Het startsignaal.
De eerste fase van de afzet.
Het bovenlichaam.

Fig. 2.1. Fig. 2.2.

Fig. 2.3. Fig. 2.4.
Na het startsignaal gaat eerst het bovenlichaam naar voren (in de zwemrichting) bewegen.
Door het Aktie = reactie principe ontstaat er hierdoor druk op de voeten waardoor wegglijden wordt voorkomen. Fig.2.3. versterkt dit nog eens door eerst iets naar beneden te bewegen en bij het stoppen van het naar de kant toe bewegen ontstaat er een extra druk op de voeten. De reactie is ook exceptioneel snel door zich bij het startsignaal te laten vallen en tegelijk het bovenlichaam naar voren te laten bewegen.. Zie ook fig. 1.1. en 2.1. de een na voorste met hetzelfde principe.
De tweede fase van de afzet.
De benen gaan afzetten.


Wanneer het bovenlichaam in de goede afzetrichting begint te komen gaan de benen de afzet overnemen en laten het bovenlichaam in de juiste startrichting wegschieten.
De armen gaan naar voren terwijl de benen nog contact hebben met de muur Dit zorgt eveneens voor afzetdruk op de voeten volgens het Aktie = reactie principe.


Welke afzethoek?
Hoogte startblok:

Optimale starthoek 15 graden. 20 graden geeft hetzelfde resultaat.

Zwemmergegevens De Sprongtijd wordt bepaald uit Video opnamen van een sprong loodrecht omhoog.
| Gewicht: 80.00 kg | ||
| Omtrek: 0.95 m. | met diameter D van het lichaam: 0.30 m. | |
| Lengte: 1.85 m. | ||
| Spronghoogte: 0.47 m. | Sprongtijd: 0.31 s. | Sprongsnelheid: 3.04 m/s |
Startgegevens
| Hoogte startblok: 0.00 m. | ||
| Zwaartepunt zwemmer: 0.93 m. | Zwaartepunt op startblok: 0.20 m. | |
| CD start passief: 0.45 | CD start actief: 0.60 | CD correctie: 0.00 |
Gemeten waarden
| Reactietijd: 0.12 sec. | ||
| Bloktijd: 0.60 sec. | ||
| Tijd zwaartepunt(middel) in het water: 1.00 sec. s. | ||
| Afstand in water: 3.50 meter | ||
| Tijd op 5 meter: 1.20 sec. | ||
| Tijd op 10 meter: 2.79 sec. | ||
| Tijd op 15 meter: 6.73 sec. | ||
| Starthoek: 15.00 º | ||
| Eindtijd starten (geklokt): 0.00 sec. |
Berekende: Ideaal-MODEL gegevens
uitgegaan wordt van een ideale afzet. In het water komen in "One Hole".
Met lage weerstand (Cd passief) uitgestrekt doorglijden tot de zwemsnelheid V0.
Daarna doorzwemmen (met Cd actief) met de zwemsnelheid V0 tot de gewenste startafstand.(hoofd)
Startgegevens Ideaal-MODEL(exclusief
bloktijd)
Starten bij
In het water
komen bij (afstand is het "one hole")
Einde start
fase v0 (Afstand tot Hoofd)
Einde start
fase (Afstand tot Hoofd)
Hoek(º)
Snelheid(m/s)
0
3.63
5
3.58
10
3.53
15
3.48
20
3.44
25
3.39
30
3.35
35
3.30
Hoek(º)
Afstand(m)
Tijd(s)
Snelheid(m/s)
-1
0.96
0.02
3.63
-20
1.53
0.18
3.63
-28
1.82
0.27
3.63
-35
2.04
0.35
3.63
-41
2.19
0.42
3.63
-45
2.28
0.48
3.63
-50
2.34
0.54
3.63
-54
2.33
0.59
3.63
Tijd(s)
Snelheid(m/s)
Afstand(m)
1.02
2.00
3.57
4.50
1.18
2.00
4.13
5.05
1.27
2.00
4.39
5.31
1.35
2.00
4.56
5.49
1.42
2.00
4.66
5.59
1.48
2.00
4.70
5.63
1.54
2.00
4.69
5.61
1.59
2.00
4.62
5.55
Tijd(t)
Snelheid(m/s)
Startafstand(m)
6.28
2.00
15.01
6.16
2.00
15.01
6.12
2.00
15.01
6.11
2.00
15.00
6.14
2.00
15.02
6.18
2.00
15.01
6.26
2.00
15.02
6.35
2.00
15.02
Beste Start (Ideal-MODEL) (inclusief
bloktijd)
| Hoek(º) | Snelheid(m/s) |
| 0 | 3.63 |
| 5 | 3.58 |
| 10 | 3.53 |
| 15 | 3.48 |
| 20 | 3.44 |
| 25 | 3.39 |
| 30 | 3.35 |
| 35 | 3.30 |
| Hoek(º) | Afstand(m) | Tijd(s) | Snelheid(m/s) | |
| -1 | 0.96 | 0.02 | 3.63 | |
| -20 | 1.53 | 0.18 | 3.63 | |
| -28 | 1.82 | 0.27 | 3.63 | |
| -35 | 2.04 | 0.35 | 3.63 | |
| -41 | 2.19 | 0.42 | 3.63 | |
| -45 | 2.28 | 0.48 | 3.63 | |
| -50 | 2.34 | 0.54 | 3.63 | |
| -54 | 2.33 | 0.59 | 3.63 |
| Tijd(s) | Snelheid(m/s) | Afstand(m) | ||
| 1.02 | 2.00 | 3.57 | 4.50 | |
| 1.18 | 2.00 | 4.13 | 5.05 | |
| 1.27 | 2.00 | 4.39 | 5.31 | |
| 1.35 | 2.00 | 4.56 | 5.49 | |
| 1.42 | 2.00 | 4.66 | 5.59 | |
| 1.48 | 2.00 | 4.70 | 5.63 | |
| 1.54 | 2.00 | 4.69 | 5.61 | |
| 1.59 | 2.00 | 4.62 | 5.55 |
| Tijd(t) | Snelheid(m/s) | Startafstand(m) | |
| 6.28 | 2.00 | 15.01 | |
| 6.16 | 2.00 | 15.01 | |
| 6.12 | 2.00 | 15.01 | |
| 6.11 | 2.00 | 15.00 | |
| 6.14 | 2.00 | 15.02 | |
| 6.18 | 2.00 | 15.01 | |
| 6.26 | 2.00 | 15.02 | |
| 6.35 | 2.00 | 15.02 |
Beste start bij starthoek: 15 ºº |
||
"One hole" afstand is: 2.04 m.º |
||
Eindtijd zonder bloktijd is: 6.11 s. |
||
Eindtijd inclusief bloktijd is: 6.71 s. |
||
Startafstand is: 15.00 m. |
Een en ander is afhankelijk van de afmetingen van de zwemmer en zijn sprongkracht.
Daar dit onbekend is van de getoonde zwemmers zijn gemiddelde waarden genomen daar het hier uitsluitend om het bepalen van een optimale starthoek gaat voor de rug start.
