zaterdag mei 19

track-start VS grip-start

Praktijk voorbeeld van een vergelijking tussen de Track start en de Grip start


“The proof of the pudding is in the eating.” In dit geval: je weet pas na de test welke start het snelste is. Een start wordt daarbij getest over de gehele startafstand van 15 meter of 10 meter. Een praktijk voorbeeld is meestal het leerzaamst. Uit mijn analyse praktijk mocht ik de beide starts beoordelen en vergelijken, waaruit bleek dat beide starts even snel kunnen zijn. (zie voor verdere analyse hiervan, hieronder) Natuurlijk is het van het uiterste belang om, als je een juiste vergelijking wilt kunnen maken, beide starts eerst zeer intensief te trainen en/of te kijken naar de eigenschappen van de zwemmer/ster voor deze starten.

Voor de Track start is het noodzakelijk om zeer goede coördinatieve eigenschappen te hebben. In korte tijd moet de afzet van de ene voet zeer vloeiend overgaan naar de andere voet zodat er een constante versnelling is, d.w.z. dat de snelheid regelmatig toeneemt. Bovendien dient er bij het startsignaal ook met de handen afgeduwd te worden, moet het lichaam iets door het voorste been zakken terwijl daarna het bovenlichaam niet meer op en neer gaat bewegen maar vloeiend vooruit blijft gaan. Dus veel verschillende bewegingen tegelijkertijd . Dit vraagt veel training en veel gevoel voor deze start. Deze snelheids toename moet uitmonden in een zo hoog mogelijke afzetsnelheid. De afzet snelheid is de snelheid op het moment van net loslaten aan het startblok. Bij de Trackstart is er een langere weg waarop de snelheid opgebouwd kan worden maar omdat er steeds door één voet tegelijk wordt afgezet is de uitgeoefende kracht een stuk kleiner dan bij de Grip start waarbij met beide voeten tegelijk wordt afgezet in een kortere afzettijd. Deze afzetkracht bij de Track start kan al gauw veel minder dan de helft zijn dan bij de Grip start.

Hoe groter de afzetsnelheid is, hoe verder je weg komt en met hoe hogere snelheid je in het water komt, dat moge duidelijk zijn. Dus van het uiterste belang!! Ondanks de langere weg, bij de Track start, kan je toch in een kortere tijd van het startblok afkomen, doordat je voorgespannen kan staan en sneller in beweging kan komen. Bij de Grip start daarentegen kan de afzetsnelheid groter zijn doordat je met beide benen tegelijk explosief kan afzetten, waardoor je hier verder en met hogere snelheid in het water kan komen. Dus de bloktijd of “reaction time” zegt lang niet alles. Om te kunnen beoordelen welke start het beste is moet naar de gehele startfase gekeken worden, tot 15 meter of 10 meter, afhankelijk van het onderwater werk.

Een en ander hangt zeer af van de eigenschappen van een bepaalde zwemmer/ster en dus “The proof of the pudding is in the eating.” Een ongedachte eigenschap bij excellente borstcrawlzwemmers/sters was dat zij problemen hebben om de achterste voet goed neer te zetten. Als excellente borstcrawlzwemer/ster met een fenomenale beenslag bleek deze beenslag voort te komen uit de eigenschap de voeten zeer ver in plantairflexie (zie fig) te kunnen laten komen met als gevolg dat de dorsaalflexie zeer kort is ( deze is voor schoolslagzwemmers weer van groot belang).

Hierdoor is wel een excellente stuwing mogelijk voor de borstcrawl omdat de stuwvlakken van de voeten buitengewoon effectief voor de stuwing neergezet kunnen worden maar voor een goede afzet van het startblok is een goede dorsaalflexie nodig en dat hebben borstcrawlzwemmers met een excellente beenslag niet. Het nieuwe startblok van Omega voorziet hier in door een opstaande kant aan het uiteinde.

Bovenstaande is leerzaam,omdat het duidelijk maakt dat gelet moet worden op ongedachte eigenschappen waar rekening mee gehouden dient te worden. (met dit nieuwe startblok nu enigszins achterhaald) Het is echter toch geen beklonken zaak om zo zonder meer maar de zeggen dat de ene start of de andere start het beste is. Sommige zwemmers/sters hebben ook een buitengewone goede spronghoogte wat er op duidt dat hij/zij in staat is explosief van het startblok af te komen met een Grip start. Het is ook duidelijk dat er niet al te kort voor een belangrijke wedstrijd van start veranderd moet worden. Een start moet ingesleten zijn zodat dit zonder nadenken altijd excellent is en kan er gefocust worden op de wedstrijd zelf. Er zijn natuurlijk meerdere fasen in de start en wel tot aan de 15 meter en al deze fasen dienen beoordeeld en getraind te worden voordat een zuivere beoordeling mogelijk is, zie hieronder en het nummer van Motivatie. Daar bent u als trainer dus voor om dit na te gaan en te trainen tot de optimale vorm gevonden is.

Gemiddelde waarden zijn voor plantairflexie 50° en dorsaalflexie 20°. Bij topsporters op de borstcrawl, korte afstanden is de plantairflexie groter en de dorsaalflexie daardoor weer kleiner Bij goede schoolslagzwemmers daarentegen is de dorsaalflexie groter dan 20°en de plantairflexie weer kleiner.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Analyses

Interactieve Techniek Analyse onder leiding van Analist(en), samen met Coach en Pupil e.a. Beoordeling en vastleggen van de slag met Video en vragenlijst. Aangehouden wordt de volgorde van de Video-Computer-Analyse, interactief vastgelegd, borstcrawl.

Vergelijken

voor gegevens zie de computerdata

Op tijd bij 10m. (nauwkeurigheid is ± 0.04 sec, tijd tussen twee videobeelden) bij beide starts dus ± gelijk

Zwemmer1: Track start             Zwemmer2: Grip start


De 10m tijd is binnen de nauwkeurigheid dezelfde. Bloktijd is bij de Grip start langzamer maar haalt dit bij de 5m.hoofd al in. De “tijd 15m.” is niet gemeten en dus niet van toepassing

Zijn er nog onderdelen van de start te verbeteren?

De volgende onderdelen worden bekeken:

  • Spronghoogte
  • StartBlokHoogte
  • Bloktijd
  • Starthoek
  • Tijd ZW in het water
  • Starttijd tot 10 meter
  • Starttijd tot 15 meter

Voorbereiding van de Start

  • Track of Schrede (of Stap Start) start, voeten achter elkaar, een met de tenen over de rand, de ander achter het startblok
  • Of:
  • Grip(Greep Start)start, voeten naast elkaar met de tenen over de rand van het startblok

Aannemen van de starthouding. Schrede of “stap” start

  • Track, Schrede start, handen aan de rand
  • Lichaam naar achteren bewegen en de armen strak trekken, aanspannen
  • De achterste voet aanspannen
  • Het lichaam toch zo hoog mogelijk houden, met voorste been zo gestrekt mogelijk
  • Hoofd omhoog houden

Voorbeelden van de starthouding bij de Track start.


 Start Cesar Filho


Start Dean H

Startsignaal

Op scherp staan. Onbewuste reactie is veel sneller dan de bewuste Dus concentreren op alleen het startsignaal De start begint door met de achterste voet krachtig af te zetten

Reactie, eerste beweging

De achterste voet is krachtig af aan het zetten en dit is zichtbaar doordat deze naar beneden beweegt onder de spanning van de afzet. Deze eerste beweging is vanaf 0,04 tot maximaal 0,12 seconden. De achterste voet is krachtig af aan het zetten. Het voorste been zakt iets in en het lichaam zakt in naar het voorste been toe. De handen trekken gelijktijdig. De ellebogen van de armen bewegen iets naar achteren. Na de eerste beweging gaat de achterste voet beginnen met afzetten tot het achterste been gestrekt is en in een vloeiende beweging wordt de afzet overgenomen door het voorste been. “Naar voren rennen vanuit de starthouding” Het bovenlichaam blijft daarbij constant versnellen en gaat alleen vooruit en niet op en neer. de armen bewegen nu gebogen naar voren dicht naast en onder het lichaam terwijl de voet nog contact heeft met het startblok. Hoofd en lichaam gaan niet op en neer maar blijven alleen vooruit bewegen.

Bloktijd. Los van het startblok

  • Het lichaam verlaat het startblok onder de ideale starthoek.
  • De start is vlak om niet te diep in het water te komen.
  • “Starthoek: 10 tot maximaal 15 graden”

In vlucht, van; net los, tot in het water. Afstand.

  • Voeten moeten nu naar elkaar en naast en tegen elkaar gaan en uitstrekken
  • het lichaam is nu nog licht in retroflexie
  • Als de handen het water raken gaat de rug aanspannen tot een lichte anteflexie

In het water komen. “One hole”.

  • De “One Hole” afstand moet ver en met hoge snelheid bereikt zijn.
  • Het gehele lichaam gaat in “One hole” het water in.

Onder water fase; tot begin zwemmen. (onder water)

  • Het gehele lichaam gaat met hoge snelheid en gestroomlijnd in de richting van de ideale baan het water in.
  • Handen bij elkaar
  • hoofd tussen de armen
  • Voeten bij elkaar
  • lichaam nog steeds in anteflexie
  • Lichaam moet weinig bubbles vertonen
  • Tot de ideale zwemsnelheid bereikt is. (Iets boven zwemsnelheid)

Overgangsfase. Begin zwemmen en boven water komen.

  • Meerdere vlinder beenbewegingen worden er gemaakt.
  • Begin met een opwaartse beweging van de benen.
  • Na een aantal vlinder beenbewegingen gaat het lichaam omhoog naar de oppervlakte.
  • boven water komen door bij het omhoog gaan van de vlinderbeenbeweging gaat een arm beginnen met stuwen. In de duwfase van de armbeweging gaat de vlinderbeenslag met de neerwaartse slag beginnen. De stuwing van de arm gaat dus over in de stuwing van de.neerwaartse vlinderbeenslag
  • direct na de eerste armbeweging .gaat de volgende arm beginnen met stuwen. Het principe is: constant stuwen bij het .boven water komen en dan
  • Met hoge snelheid boven water komen

Zwemmen tot 10meter resp. 15 meter. Gewenste tijd en werkelijke tijd (boven water)

Zwemsnelheid. Met het analyse programma wordt eerst nauwkeurig de zwemsnelheid na de start bepaald:

Fragment uit de computer analyse: zwemsnelheden/Frequenties
De gemiddelde zwemsnelheid over de eerste 4 slagen na de start is:± 2.07 m/s
Hierna is de gemiddelde ZwemSnelheid: V0=± 2.08 m/s
De laagste zwemsnelheid Vmin is:± 1.97 m/s
De hoogste zwemsnelheid Vmax is:± 2.17 m/s
De Variatie in zwemsnelheid dv is: ± 0.20 m/s
De variatie in de zwemsneheid is veel te groot. Zie de grafiek voor de pieken en dalen in de stuwing en de adviezen.

De werkelijke SlagFrequentie is: ± 48.39 slagen/min
De ideale SlagFrequentie bij 80% efficiency en zonder overlap is: ± 50.26 slagen/min
De ideale SlagFrequentie bij 80% efficiency en met 0.1 sec. overlap is voor de 50 m.: ± 51.87 slagen/min
De ideale SlagFrequentie bij 80% efficiency en met 0.05 sec. overlap voor de 100 m. is: ± 51.06 slagen/min
slaglengte of werkelijk Afgelegde Weg/slag:± 2.58 m.
Theoretische 100% stuwlengte van de beide armen: 3.10 m.
De ideale slaglengte bij 80% efficiency en zonder overlap is: ± 2.48 m
De ideale slaglengte bij 80% efficiency en met 0.01 sec. overlap voor de 50 m. is: ± 2.40 m
De ideale slaglengte bij 80% efficiency en met 0.05 sec. overlap voor de 100 m. is: ± 2.44 m
Cyclustijd (Tijd/slag): ± 1.24 sec.
Totaal aantal slagen op 50 m is:± 15.53 slagen op 40.00 m.(afstand min de start 10.00 m. en keerpunten 0.00 m.)
Aantal slagen per baan van: 50 m. met alleen een keerpunt van: 0.00 m. wordt afstand 50.00 m. is: 19.41 slagen
Aantal slagen per baan van: 50 m. met de start van: 10.00 m. wordt afstand 40.00 m. is: 15.53 slagen

Track start analyse Marleen Veldhuis

                  
Zwemmer gegevens De Sprongtijd wordt bepaald uit Video opnamen van een sprong loodrecht omhoog.
Gewicht: 66.00 kg

Omtrek: 0.94 m. met diameter D van het lichaam: 0.30 m.
Lengte: 1.82 m.

Spronghoogte: 0.53 m. Sprongtijd: 0.33 s. Sprongsnelheid: 3.23 m/s 

Start gegevens

Hoogte startblok: 0.65 m.

Zwaartepunt zwemmer: 0.91 m. Zwaartepunt op startblok: 0.82 m.
CD start passief: 0.45 CD start actief: 0.60 CD correctie: 0.00

Gemeten waarden
Reactietijd: 0.12 sec.

Bloktijd: 0.76 sec.

Tijd zwaartepunt(middel) in het water: 1.12 sec. s.

Afstand in water: 2.95 meter

Tijd op 5 meter: 1.69 sec.

Tijd op 10 meter: 4.00 sec.

Tijd op 15 meter: -5.81 sec.

Starthoek: 25.00 º

Eindtijd starten (geklokt): 4.00 sec.

Berekende: Ideaal-MODEL gegevens

uitgegaan wordt van een ideale afzet. In het water komen in "One Hole".
Met lage weerstand (Cd passief) uitgestrekt doorglijden tot de zwemsnelheid V0.
Daarna doorzwemmen (met Cd actief) met de zwemsnelheid V0 tot de gewenste startafstand.(hoofd)

Startgegevens Ideaal-MODEL(exclusief bloktijd)

Starten bij In het water komen bij (afstand is het "one hole") Einde start fase v0 (Afstand tot Hoofd) Einde start fase (Afstand tot Hoofd)
Hoek
(º)
Snelheid
(m/s)
0 5.15
5 5.01
10 4.87
15 4.73
20 4.58
25 4.44
30 4.30
35 4.16
Hoek
(º)
Afstand
(m)
Tijd
(s)
Snelheid
(m/s)

-35 2.82 0.38 6.27
-37 3.10 0.45 6.27
-41 3.34 0.52 6.27
-43 3.48 0.58 6.27
-47 3.61 0.65 6.27
-50 3.60 0.70 6.27
-54 3.58 0.76 6.27
-57 3.44 0.80 6.27
Tijd
(s)
Snelheid
(m/s)
Afstand
(m)

1.58 2.08 6.77 7.68
1.65 2.08 7.03 7.94
1.72 2.08 7.23 8.14
1.78 2.08 7.35 8.26
1.85 2.08 7.40 8.31
1.90 2.08 7.37 8.28
1.96 2.08 7.24 8.15
2.00 2.08 7.06 7.97
Tijd
(t)
Snelheid
(m/s)
Startafstand
(m)

2.70 2.08 10.01
2.65 2.08 10.02
2.62 2.08 10.01
2.62 2.08 10.01
2.67 2.08 10.02
2.74 2.08 10.02
2.86 2.08 10.02
2.99 2.08 10.02

Beste Start (Ideal-MODEL) (inclusief bloktijd)
Beste start bij starthoek: 10 ºº

"One hole" afstand is: 3.34 m.º

Eindtijd zonder bloktijd is: 2.62 s.

Eindtijd inclusief bloktijd is: 3.38 s.

Startafstand is: 10.01 m.


Onderstaande gegevens zijn berekend uit de Markeringen; "Reactietijd", "Bloktijd", "Zwaartepunt in water, resp. "One Hole", etc.
(zwaartepunt van het lichaam rond het middel verondersteld)

De Markering "reactieTijd" is: 0.12
Reactietijd te groot. Concentreren op alleen het startsignaal en op scherp staan.

De Markering "Bloktijd" is: 0.76" sec.
Bloktijd goed. Bewegingspatroon toch nog iets aanpassen.Streven naar een bloktijd onder de 0,75 s.

De van Video gemeten "Starthoek" is: 25.00 º StartHoek is te groot. Hoek moet tussen 10 en maximaal 25 graden zijn.
Een vlakkere start is nodig om problemen Onder Water te voorkomen.

Werkelijke gemeten afstand "One Hole" is bij de starthoek van 25.00 º : 2.95 m. vanaf het startblok.
In het water komen in "One Hole" is, bij het Ideaal-MODEL bij starthoek 25.00 º 3.60 m. vanaf het startblok.
Dit is 0.65 m. te kort bij 25.00 º .
In het water komen in "One Hole" is, bij het Ideaal-MODEL bij de optimale starthoek 10 º 3.34 m. vanaf het startblok.
Dit is 0.39 m. te kort bij 10 º.

Afstand in het water komen is te klein.

De uit de Markerng gemeten werkelijke in vlucht tijd, vanaf los startblok tot middel in het water bij 25.00 º is: 0.36 s.

De berekende in vlucht tijd, vanaf los startblok tot middel in het water bij 25.00 º is: 0.66 s.

De berekende in vlucht tijd, vanaf los startblok tot middel in het water bij 10 º is: 0.52 s.

0.52 De werkelijke afzetsnelheid onder de afzethoek: 25.00 º is hierbij dan berekend op: 3.80 m/s.
Dit is: 0.64 m/s minder dan de ideale afzetsnelheid. 4.44 m/s. bij: 25.00 º .

De SprongSnelheid bij de afzet van het StartBlok is te laag. Versnellen in de afzet

De loodrechte sprongsnelheid terug berekend komt dan uit op: 2.04 m/s. i.p.v. de werkelijke 3.23 m/s.

De loodrechte spronghoogte terug berekend komt uit op: 0.21 m.
Dit is 0.32 m. minder dan de ideale spronghoogte van: 0.53 m.De SprongKracht bij de afzet is te laag. Het afzetten oefenen.

Beginnen met zwemmen

Begint met zwemmen bij tijd: 2.13 s.
Optimaal doorglijden met zwemmen is tot: 2.48 s. bij de afstand: 7.23 m vanaf het startblok.
Begint te snel met het zwemmen.

Berekende en Werkelijke snelheden vergeleken

Berekende Snelheid op ""One Hole"" afstand 3.34 m. , in startduikrichting, is: 6.27 m/s.
Berekende Snelheid op ""One Hole"" afstand , in horizontale-richting,bij 25.00 ºis: 3.35 m/s.

Berekende Snelheid op 5 meter bij het Zwaartepunt in startduikrichting is: 3.78 m/s met tijd: 0.90 s.
Berekende Snelheid op 5 meter bij het Zwaartepunt in horizontale-richting is: 3.71 m/s.
Gemiddelde berekende snelheid tussen "One Hole" en 5 m. tot het ZwaartePunt, in startduikrichting, is: 5.02 m/s.
Gemiddelde werkelijke snelheid tussen "One Hole" en 5 m. tot het ZwaartePunt, in horizontale richting, is: 2.52 m/s.
Snelheid te langzaam van One Hole Zwaartepunt tot aan 5 meter ZwaartePunt. Onvoldoende stroomlijn.

Berekende Snelheid op 5 meter bij het HOOFD in startduikrichting is: 4.74 m/s met tijd: 0.70 s.
Berekende Snelheid op 5 meter bij het HOOFD in horizontale-richting is: 4.47 m/s.

Gemiddelde berekende snelheid tussen "One Hole" en 5 m. tot het Hoofd, in startduikrichting, is: 5.51 m/s.
Gemiddelde werkelijke snelheid tussen "One Hole" en 5 m. tot het Hoofd, in horizontale richting, is: 3.58 m/s.
Snelheid te langzaam van One Hole Zwaartepunt tot aan 5 meter Hoofd. Onvoldoende stroomlijn.

Berekende Snelheid op 10 meter is: 2.08 m/s met tijd: 2.61 s.
Gemiddelde berekende snelheid tussen 5 m. en 10 m. is: 3.41 m/s.
Gemiddelde werkelijke snelheid tussen 5 m. en 10 m., in horizontale richting, is: 2.42 m/s.
Tussen 5 meter en 10 meter onvoldoende zwemsnelheid. Let op het boven water komen.


Berekende Snelheid op 15 meter is: 0.00 m/s. met tijd: 0.00 s.
Gemiddelde berekende snelheid tussen 10 m. en 15 m. is: 1.04 m/s.
Gemiddelde werkelijke snelheid tussen 10 m. en 15 m. is: -0.51 m/s.
Tussen 10 meter en 15 meter onvoldoende zwemsnelheid.

Diepte van de start

De maximale diepte voor de optimale start is: "-1.17" m.
De afstand vanaf het startblok tot deze maximale diepte is: "4.64" m.
De tijd tot deze maximale diepte is: "0.81" sec.

In rood bij 10° is de optimale start. D.w.z. de snelste op 10 meter, de baan is de baan van het zwaartepunt van de zwemmer

Startgrafiek met de snelheid in groen van de optimale start, Het zwaartepunt van de zwemmer wordt weergegeven. Doordat alle massa in een punt gedacht wordt zijn de overgangen abrupt

Aanvankelijk versnellen tot in het water komen. Afremmen door de waterweerstand.

Conclusies,te behalen tijdwinst

Totaal te behalen tijdwinst

Werkelijke tijd(excl bloktijd): 3.24 sec.  Optimale tijd(excl bloktijd): 2.62 sec.
Totaal te behalen tijdwinst is het verschil: 0.62 sec. Plus het bloktijdVerschil: 0.14 sec.

Totaal te behalen tijdwinst uitgesplitst naar onderdelen

Bloktijd:(Reaction Time)
Werkelijke bloktijd: 0.76 sec. Optimale bloktijd: 0.62 sec.
Te behalen tijdwinst is het verschil: 0.14 sec.

Vanaf los startblok tot one-hole tijd

Het zwaartepunt van de zwemmer:
Werkelijke tijd: 0.36 sec.  Optimale tijd: 0.52 sec.

Te behalen tijdwinst vanaf los startblok tot one-hole is het verschil: 0.16 sec.

Het verschil is negatief en betekent: niet ver genoeg in het water door te weinig afzetkracht:

Vanaf one-hole tot 5 meter

Het zwaartepunt bij het One Hole tot het hoofd bij de 5 meter
Werkelijke tijd: 0.57 sec. Optimale tijd: 0.18 sec.

Te behalen tijdwinst vanaf one-hole tot 5 meter is het verschil: 0.39 sec.

Vanaf 5 meter tot 10 meter

Hoofd 5 meter tot hoofd 10 meter
Werkelijke tijd: 2.30 sec. Optimale tijd: 1.91 sec.

Te behalen tijdwinst vanaf 5 meter tot 10 meter is het verschil: 0.39 sec.

Adviezen

Een deel van de adviezen volgen uit bovenstaande computer analyse

Uit de computer analyse volgen ook de aanwijzingen waar de tijdsverschillen zitten die verbeterd dienen te worden

Interactieve Analyse methode en Visuele waarneming

Interactief, (trainer, beoordelaar en pupil)worden de onderstaande beelden van de startfasen doorgenomen.
Met visuele waarneming van de video en de foutenlijst worden aanwijzingen gegeven.


Startsignaal

Reactie

Bloktijd

Zwaartepunt in water

5 m. hoofd

5 m.zwaartepunt

begint met zwemmen

10 m. tijd


Grip start analyse Marleen Veldhuis

Gemeten waarden
Reactietijd: 0.12 sec.

Bloktijd: 0.80 sec.

Tijd zwaartepunt(middel) in het water: 1.16 sec. s.

Afstand in water: 2.95 meter

Tijd op 5 meter: 1.68 sec.

Tijd op 10 meter: 4.06 sec.

Tijd op 15 meter: 7.00 sec.

Starthoek: 25.00 º

Eindtijd starten (geklokt): 4.02 sec.

 

Berekende: Ideaal-MODEL gegevens

uitgegaan wordt van een ideale afzet. In het water komen in "One Hole".
Met lage weerstand (Cd passief) uitgestrekt doorglijden tot de zwemsnelheid V0.
Daarna doorzwemmen (met Cd actief) met de zwemsnelheid V0 tot de gewenste startafstand.(hoofd)

Startgegevens Ideaal-MODEL(exclusief bloktijd)

Starten bij In het water komen bij (afstand is het "one hole") Einde start fase v0 (Afstand tot Hoofd) Einde start fase (Afstand tot Hoofd)
Hoek
(º)
Snelheid
(m/s)
0 5.15
5 5.01
10 4.87
15 4.73
20 4.58
25 4.44
30 4.30
35 4.16
Hoek
(º)
Afstand
(m)
Tijd
(s)
Snelheid
(m/s)

-35 2.82 0.38 6.27
-37 3.10 0.45 6.27
-41 3.34 0.52 6.27
-43 3.48 0.58 6.27
-47 3.61 0.65 6.27
-50 3.60 0.70 6.27
-54 3.58 0.76 6.27
-57 3.44 0.80 6.27
Tijd
(s)
Snelheid
(m/s)
Afstand
(m)

1.58 2.08 6.78 7.69
1.65 2.08 7.04 7.95
1.72 2.08 7.24 8.15
1.78 2.08 7.35 8.26
1.85 2.08 7.41 8.32
1.90 2.08 7.37 8.28
1.96 2.08 7.25 8.16
2.00 2.08 7.06 7.97
Tijd
(t)
Snelheid
(m/s)
Startafstand
(m)

2.70 2.08 10.02
2.64 2.08 10.00
2.62 2.08 10.02
2.62 2.08 10.01
2.66 2.08 10.00
2.73 2.08 10.00
2.85 2.08 10.00
2.98 2.08 10.00

Beste Start (Ideal-MODEL) (inclusief bloktijd)
Beste start bij starthoek: 10 ºº

"One hole" afstand is: 3.34 m.º

Eindtijd zonder bloktijd is: 2.62 s.

Eindtijd inclusief bloktijd is: 3.42 s.

Startafstand is: 10.02 m.

 


Startsignaal

Reactie

Bloktijd

Zwaartepunt in water

5 m. hoofd

5 m.zwaartepunt

begint met zwemmen

10 m. tijd


Conclusie 1

Conclusie 2

  • Beide starts zijn nagenoeg even snel tot de 10 meter
  • Verbeteringen kunnen nog worden aangebracht.
  • Er wordt vooral te snel begonnen met te zwemmen onder water. Hier wordt erg afgeremd.
  • Reactie tijd kan beter door beter te focussen op het startsignaal.
  • De afzet kan verbeterd worden.
  • De starthoek iets verkleinen van 25 naar 10 graden. Vlakker duiken.
  • Op het moment van in water komen de rug aanspannen naar retroflexie, waardoor ook beter doorgegleden kan worden onder water.
  • Daarbij ook het hoofd iets hoger tussen de armen houden.



Commentaar (0)
Alleen geregistreerde gebruikers mogen commentaar plaatsen!