track-start VS grip-start
Geschreven door Wieger Mensonides
Praktijk voorbeeld van een vergelijking tussen de Track start en de Grip start

Voor de Track start is het noodzakelijk om zeer goede coördinatieve eigenschappen te hebben. In korte tijd moet de afzet van de ene voet zeer vloeiend overgaan naar de andere voet zodat er een constante versnelling is, d.w.z. dat de snelheid regelmatig toeneemt. Bovendien dient er bij het startsignaal ook met de handen afgeduwd te worden, moet het lichaam iets door het voorste been zakken terwijl daarna het bovenlichaam niet meer op en neer gaat bewegen maar vloeiend vooruit blijft gaan. Dus veel verschillende bewegingen tegelijkertijd . Dit vraagt veel training en veel gevoel voor deze start. Deze snelheids toename moet uitmonden in een zo hoog mogelijke afzetsnelheid. De afzet snelheid is de snelheid op het moment van net loslaten aan het startblok. Bij de Trackstart is er een langere weg waarop de snelheid opgebouwd kan worden maar omdat er steeds door één voet tegelijk wordt afgezet is de uitgeoefende kracht een stuk kleiner dan bij de Grip start waarbij met beide voeten tegelijk wordt afgezet in een kortere afzettijd. Deze afzetkracht bij de Track start kan al gauw veel minder dan de helft zijn dan bij de Grip start.
Hoe groter de afzetsnelheid is, hoe verder je weg komt en met hoe hogere snelheid je in het water komt, dat moge duidelijk zijn. Dus van het uiterste belang!! Ondanks de langere weg, bij de Track start, kan je toch in een kortere tijd van het startblok afkomen, doordat je voorgespannen kan staan en sneller in beweging kan komen. Bij de Grip start daarentegen kan de afzetsnelheid groter zijn doordat je met beide benen tegelijk explosief kan afzetten, waardoor je hier verder en met hogere snelheid in het water kan komen. Dus de bloktijd of “reaction time” zegt lang niet alles. Om te kunnen beoordelen welke start het beste is moet naar de gehele startfase gekeken worden, tot 15 meter of 10 meter, afhankelijk van het onderwater werk.
Een en ander hangt zeer af van de eigenschappen van een bepaalde zwemmer/ster en dus “The proof of the pudding is in the eating.” Een ongedachte eigenschap bij excellente borstcrawlzwemmers/sters was dat zij problemen hebben om de achterste voet goed neer te zetten. Als excellente borstcrawlzwemer/ster met een fenomenale beenslag bleek deze beenslag voort te komen uit de eigenschap de voeten zeer ver in plantairflexie (zie fig) te kunnen laten komen met als gevolg dat de dorsaalflexie zeer kort is ( deze is voor schoolslagzwemmers weer van groot belang).
Hierdoor is wel een excellente stuwing mogelijk voor de borstcrawl omdat de stuwvlakken van de voeten buitengewoon effectief voor de stuwing neergezet kunnen worden maar voor een goede afzet van het startblok is een goede dorsaalflexie nodig en dat hebben borstcrawlzwemmers met een excellente beenslag niet. Het nieuwe startblok van Omega voorziet hier in door een opstaande kant aan het uiteinde.
Bovenstaande is leerzaam,omdat het duidelijk maakt dat gelet moet worden op ongedachte eigenschappen waar rekening mee gehouden dient te worden. (met dit nieuwe startblok nu enigszins achterhaald) Het is echter toch geen beklonken zaak om zo zonder meer maar de zeggen dat de ene start of de andere start het beste is. Sommige zwemmers/sters hebben ook een buitengewone goede spronghoogte wat er op duidt dat hij/zij in staat is explosief van het startblok af te komen met een Grip start. Het is ook duidelijk dat er niet al te kort voor een belangrijke wedstrijd van start veranderd moet worden. Een start moet ingesleten zijn zodat dit zonder nadenken altijd excellent is en kan er gefocust worden op de wedstrijd zelf. Er zijn natuurlijk meerdere fasen in de start en wel tot aan de 15 meter en al deze fasen dienen beoordeeld en getraind te worden voordat een zuivere beoordeling mogelijk is, zie hieronder en het nummer van Motivatie. Daar bent u als trainer dus voor om dit na te gaan en te trainen tot de optimale vorm gevonden is.
Gemiddelde waarden zijn voor plantairflexie 50° en dorsaalflexie 20°.
Bij topsporters op de borstcrawl, korte afstanden is de plantairflexie groter en de dorsaalflexie daardoor weer kleiner
Bij goede schoolslagzwemmers daarentegen is de dorsaalflexie groter dan 20°en de plantairflexie weer kleiner.
Analyses
Interactieve Techniek Analyse onder leiding van Analist(en), samen met Coach en Pupil e.a. Beoordeling en vastleggen van de slag met Video en vragenlijst. Aangehouden wordt de volgorde van de Video-Computer-Analyse, interactief vastgelegd, borstcrawl.
Vergelijken
voor gegevens zie de computerdataOp tijd bij 10m. (nauwkeurigheid is ± 0.04 sec, tijd tussen twee videobeelden) bij beide starts dus ± gelijk
Zwemmer1: Track start Zwemmer2: Grip start
De 10m tijd is binnen de nauwkeurigheid dezelfde. Bloktijd is bij de Grip start langzamer maar haalt dit bij de 5m.hoofd al in. De “tijd 15m.” is niet gemeten en dus niet van toepassing
Zijn er nog onderdelen van de start te verbeteren?
De volgende onderdelen worden bekeken:
- Spronghoogte
- StartBlokHoogte
- Bloktijd
- Starthoek
- Tijd ZW in het water
- Starttijd tot 10 meter
- Starttijd tot 15 meter
Voorbereiding van de Start
- Track of Schrede (of Stap Start) start, voeten achter elkaar, een met de tenen over de rand, de ander achter het startblok Of:
- Grip(Greep Start)start, voeten naast elkaar met de tenen over de rand van het startblok
Aannemen van de starthouding. Schrede of “stap” start
- Track, Schrede start, handen aan de rand
- Lichaam naar achteren bewegen en de armen strak trekken, aanspannen
- De achterste voet aanspannen
- Het lichaam toch zo hoog mogelijk houden, met voorste been zo gestrekt mogelijk
- Hoofd omhoog houden
Voorbeelden van de starthouding bij de Track start.
Start Cesar Filho
Start Dean H
Startsignaal
Op scherp staan. Onbewuste reactie is veel sneller dan de bewuste Dus concentreren op alleen het startsignaal De start begint door met de achterste voet krachtig af te zettenReactie, eerste beweging
De achterste voet is krachtig af aan het zetten en dit is zichtbaar doordat deze naar beneden beweegt onder de spanning van de afzet. Deze eerste beweging is vanaf 0,04 tot maximaal 0,12 seconden. De achterste voet is krachtig af aan het zetten. Het voorste been zakt iets in en het lichaam zakt in naar het voorste been toe. De handen trekken gelijktijdig. De ellebogen van de armen bewegen iets naar achteren. Na de eerste beweging gaat de achterste voet beginnen met afzetten tot het achterste been gestrekt is en in een vloeiende beweging wordt de afzet overgenomen door het voorste been. “Naar voren rennen vanuit de starthouding” Het bovenlichaam blijft daarbij constant versnellen en gaat alleen vooruit en niet op en neer. de armen bewegen nu gebogen naar voren dicht naast en onder het lichaam terwijl de voet nog contact heeft met het startblok. Hoofd en lichaam gaan niet op en neer maar blijven alleen vooruit bewegen.Bloktijd. Los van het startblok
- Het lichaam verlaat het startblok onder de ideale starthoek.
- De start is vlak om niet te diep in het water te komen.
- “Starthoek: 10 tot maximaal 15 graden”
In vlucht, van; net los, tot in het water. Afstand.
- Voeten moeten nu naar elkaar en naast en tegen elkaar gaan en uitstrekken
- het lichaam is nu nog licht in retroflexie
- Als de handen het water raken gaat de rug aanspannen tot een lichte anteflexie
In het water komen. “One hole”.
- De “One Hole” afstand moet ver en met hoge snelheid bereikt zijn.
- Het gehele lichaam gaat in “One hole” het water in.
Onder water fase; tot begin zwemmen. (onder water)
- Het gehele lichaam gaat met hoge snelheid en gestroomlijnd in de richting van de ideale baan het water in.
- Handen bij elkaar
- hoofd tussen de armen
- Voeten bij elkaar
- lichaam nog steeds in anteflexie
- Lichaam moet weinig bubbles vertonen
- Tot de ideale zwemsnelheid bereikt is. (Iets boven zwemsnelheid)
Overgangsfase. Begin zwemmen en boven water komen.
- Meerdere vlinder beenbewegingen worden er gemaakt.
- Begin met een opwaartse beweging van de benen.
- Na een aantal vlinder beenbewegingen gaat het lichaam omhoog naar de oppervlakte.
- boven water komen door bij het omhoog gaan van de vlinderbeenbeweging gaat een arm beginnen met stuwen. In de duwfase van de armbeweging gaat de vlinderbeenslag met de neerwaartse slag beginnen. De stuwing van de arm gaat dus over in de stuwing van de.neerwaartse vlinderbeenslag
- direct na de eerste armbeweging .gaat de volgende arm beginnen met stuwen. Het principe is: constant stuwen bij het .boven water komen en dan
- Met hoge snelheid boven water komen
Zwemmen tot 10meter resp. 15 meter. Gewenste tijd en werkelijke tijd (boven water)
Zwemsnelheid. Met het analyse programma wordt eerst nauwkeurig de zwemsnelheid na de start bepaald:
Fragment uit de computer analyse: zwemsnelheden/Frequenties
De gemiddelde zwemsnelheid over de eerste 4 slagen na de start is:± 2.07 m/s
Hierna is de gemiddelde ZwemSnelheid: V0=± 2.08 m/s
De laagste zwemsnelheid Vmin is:± 1.97 m/s
De hoogste zwemsnelheid Vmax is:± 2.17 m/s
De Variatie in zwemsnelheid dv is: ± 0.20 m/s
De variatie in de zwemsneheid is veel te groot. Zie de grafiek voor de pieken en dalen in de stuwing en de adviezen.
De werkelijke SlagFrequentie is: ± 48.39 slagen/min
De ideale SlagFrequentie bij 80% efficiency en zonder overlap is: ± 50.26 slagen/min
De ideale SlagFrequentie bij 80% efficiency en met 0.1 sec. overlap is voor de 50 m.: ± 51.87 slagen/min
De ideale SlagFrequentie bij 80% efficiency en met 0.05 sec. overlap voor de 100 m. is: ± 51.06 slagen/min
slaglengte of werkelijk Afgelegde Weg/slag:± 2.58 m.
Theoretische 100% stuwlengte van de beide armen: 3.10 m.
De ideale slaglengte bij 80% efficiency en zonder overlap is: ± 2.48 m
De ideale slaglengte bij 80% efficiency en met 0.01 sec. overlap voor de 50 m. is: ± 2.40 m
De ideale slaglengte bij 80% efficiency en met 0.05 sec. overlap voor de 100 m. is: ± 2.44 m
Cyclustijd (Tijd/slag): ± 1.24 sec.
Totaal aantal slagen op 50 m is:± 15.53 slagen op 40.00 m.(afstand min de start 10.00 m. en keerpunten 0.00 m.)
Aantal slagen per baan van: 50 m. met alleen een keerpunt van: 0.00 m. wordt afstand 50.00 m. is: 19.41 slagen
Aantal slagen per baan van: 50 m. met de start van: 10.00 m. wordt afstand 40.00 m. is: 15.53 slagen
Track start analyse Marleen Veldhuis
|
|
| Gewicht: 66.00 kg | ||
| Omtrek: 0.94 m. | met diameter D van het lichaam: 0.30 m. | |
| Lengte: 1.82 m. | ||
| Spronghoogte: 0.53 m. | Sprongtijd: 0.33 s. | De Sprongtijd wordt bepaald uit Video opnamen van een sprong loodrecht omhoog.Sprongsnelheid: 3.23 m/s |
Start gegevens
| Hoogte startblok: 0.65 m. | ||
| Zwaartepunt zwemmer: 0.91 m. | Zwaartepunt op startblok: 0.82 m. | |
| CD start passief: 0.45 | CD start actief: 0.60 | CD correctie: 0.00 |
Gemeten waarden
| Reactietijd: 0.12 sec. | ||
| Bloktijd: 0.76 sec. | ||
| Tijd zwaartepunt(middel) in het water: 1.12 sec. s. | ||
| Afstand in water: 2.95 meter | ||
| Tijd op 5 meter: 1.69 sec. | ||
| Tijd op 10 meter: 4.00 sec. | ||
| Tijd op 15 meter: -5.81 sec. | ||
| Starthoek: 25.00 º | ||
| Eindtijd starten (geklokt): 4.00 sec. |
Berekende: Ideaal-MODEL gegevens
uitgegaan wordt van een ideale afzet. In het water komen in
"One Hole".
Met lage weerstand (Cd passief) uitgestrekt doorglijden tot
de zwemsnelheid V0.
Daarna doorzwemmen (met Cd actief) met de
zwemsnelheid V0 tot de gewenste
startafstand.(hoofd)
Startgegevens Ideaal-MODEL(exclusief
bloktijd)
Starten bij
In het water
komen bij (afstand is het "one hole")
Einde start
fase v0 (Afstand tot Hoofd)
Einde start
fase (Afstand tot Hoofd)
Hoek
(º)Snelheid
(m/s)
0
5.15
5
5.01
10
4.87
15
4.73
20
4.58
25
4.44
30
4.30
35
4.16
Hoek
(º)Afstand
(m)Tijd
(s)Snelheid
(m/s)
-35
2.82
0.38
6.27
-37
3.10
0.45
6.27
-41
3.34
0.52
6.27
-43
3.48
0.58
6.27
-47
3.61
0.65
6.27
-50
3.60
0.70
6.27
-54
3.58
0.76
6.27
-57
3.44
0.80
6.27
Tijd
(s)Snelheid
(m/s)Afstand
(m)
1.58
2.08
6.77
7.68
1.65
2.08
7.03
7.94
1.72
2.08
7.23
8.14
1.78
2.08
7.35
8.26
1.85
2.08
7.40
8.31
1.90
2.08
7.37
8.28
1.96
2.08
7.24
8.15
2.00
2.08
7.06
7.97
Tijd
(t)Snelheid
(m/s)Startafstand
(m)
2.70
2.08
10.01
2.65
2.08
10.02
2.62
2.08
10.01
2.62
2.08
10.01
2.67
2.08
10.02
2.74
2.08
10.02
2.86
2.08
10.02
2.99
2.08
10.02
Beste Start (Ideal-MODEL) (inclusief
bloktijd)
| Beste start bij starthoek: 10 ºº | ||
| "One hole" afstand is: 3.34 m.º | ||
| Eindtijd zonder bloktijd is: 2.62 s. | ||
| Eindtijd inclusief bloktijd is: 3.38 s. | ||
| Startafstand is: 10.01 m. |
Beginnen met zwemmen
Berekende en Werkelijke snelheden vergeleken
Diepte van de start
Conclusies,te behalen tijdwinst
Totaal te behalen tijdwinst
Totaal te behalen tijdwinst uitgesplitst naar onderdelen
Vanaf los startblok tot one-hole tijd
Vanaf one-hole tot 5 meter
Vanaf 5 meter tot 10 meter
Adviezen
Interactieve Analyse methode en Visuele waarneming
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Grip start analyse Marleen Veldhuis
Gemeten waarden | Reactietijd: 0.12 sec. | ||
| Bloktijd: 0.80 sec. | ||
| Tijd zwaartepunt(middel) in het water: 1.16 sec. s. | ||
| Afstand in water: 2.95 meter | ||
| Tijd op 5 meter: 1.68 sec. | ||
| Tijd op 10 meter: 4.06 sec. | ||
| Tijd op 15 meter: 7.00 sec. | ||
| Starthoek: 25.00 º | ||
| Eindtijd starten (geklokt): 4.02 sec. |
Berekende: Ideaal-MODEL gegevens
uitgegaan wordt van een ideale afzet. In het water komen in
"One Hole".
Met lage weerstand (Cd passief) uitgestrekt doorglijden tot
de zwemsnelheid V0.
Daarna doorzwemmen (met Cd actief) met de
zwemsnelheid V0 tot de gewenste
startafstand.(hoofd)
Startgegevens Ideaal-MODEL(exclusief
bloktijd)
Starten bij
In het water
komen bij (afstand is het "one hole")
Einde start
fase v0 (Afstand tot Hoofd)
Einde start
fase (Afstand tot Hoofd)
Hoek
(º)Snelheid
(m/s)
0
5.15
5
5.01
10
4.87
15
4.73
20
4.58
25
4.44
30
4.30
35
4.16
Hoek
(º)Afstand
(m)Tijd
(s)Snelheid
(m/s)
-35
2.82
0.38
6.27
-37
3.10
0.45
6.27
-41
3.34
0.52
6.27
-43
3.48
0.58
6.27
-47
3.61
0.65
6.27
-50
3.60
0.70
6.27
-54
3.58
0.76
6.27
-57
3.44
0.80
6.27
Tijd
(s)Snelheid
(m/s)Afstand
(m)
1.58
2.08
6.78
7.69
1.65
2.08
7.04
7.95
1.72
2.08
7.24
8.15
1.78
2.08
7.35
8.26
1.85
2.08
7.41
8.32
1.90
2.08
7.37
8.28
1.96
2.08
7.25
8.16
2.00
2.08
7.06
7.97
Tijd
(t)Snelheid
(m/s)Startafstand
(m)
2.70
2.08
10.02
2.64
2.08
10.00
2.62
2.08
10.02
2.62
2.08
10.01
2.66
2.08
10.00
2.73
2.08
10.00
2.85
2.08
10.00
2.98
2.08
10.00
Beste Start (Ideal-MODEL) (inclusief
bloktijd)
| Beste start bij starthoek: 10 ºº | ||
| "One hole" afstand is: 3.34 m.º | ||
| Eindtijd zonder bloktijd is: 2.62 s. | ||
| Eindtijd inclusief bloktijd is: 3.42 s. | ||
| Startafstand is: 10.02 m. |








Conclusie 1
Conclusie 2
- Beide starts zijn nagenoeg even snel tot de 10 meter
- Verbeteringen kunnen nog worden aangebracht.
- Er wordt vooral te snel begonnen met te zwemmen onder water. Hier wordt erg afgeremd.
- Reactie tijd kan beter door beter te focussen op het startsignaal.
- De afzet kan verbeterd worden.
- De starthoek iets verkleinen van 25 naar 10 graden. Vlakker duiken.
- Op het moment van in water komen de rug aanspannen naar retroflexie, waardoor ook beter doorgegleden kan worden onder water.
- Daarbij ook het hoofd iets hoger tussen de armen houden.









