Mentoring
MentoringEen buddy voor de jonge, net opgeleide, zwemcoach
In Motivatie 2 van 2006 werd door de NVVZT een lans gebroken voor het verbeteren en aanvullen van de kwaliteit van de (jonge) aankomende train(st)er. Het, op onderdelen bijgewerkte, artikel leent zich er, naar onze mening, voor om nogmaals onder de aandacht te worden gebracht.Mentoring, eenkans bij het begeleiden van jonge train(st)ers?
(Een buddy voor de jonge,net opgeleide, zwemcoach)
Inleiding
reedsbestaande kennis beter gebruikt wordt;
dezekennis ontsloten wordt en overgedragen aan anderen;
mentoringtot een hogere kwaliteit leidt en
ouderecollega’s een specifieke rol gaan vervullen, bij het overdragen van hun kennisen jarenlange ervaring.
Reeds geruime tijd doetook het maatschappelijk fenomeen buddy veel opgang. Gestart om de ziekemedemens te steunen, om de politiek te leren begrijpen wat de gewone burgerwenst en wil. Wat is nu een buddy? Een burger die vrijwillig een medemensadopteert om hem of haar te steunen, te inspireren en plat gezegd ook als“praatpaal” te fungeren. Inmiddels zijn er landelijk buddynetwerken opgerichtdie bemiddelen tussen “vraag en aanbod”.
In dit artikel willen wijals trainersvereniging een lans breken voor een langere, gestructureerde,begeleiding van onze enthousiaste aankomende train(st)ers. De reden is dat doorde vele jaarlijkse trainerswisselingen (stoppen, verhuizen, opteren voor eenandere vereniging etc.) in de betreffende verenigingen een enorme hoeveelheidzwemkennis en praktische ervaring verdwijnt. Nadat de trainer is vertrokkenkomt de vereniging vaak -alle goede bedoelingen ten spijt- in een lange sportieve dip, terecht. Hiervanzijn in alle Kringen voorbeelden genoegzaam bekend.
De vrijgekomen plaatsenworden veelal ingenomen door onervaren trainers, afkomstig uit middelbare - (devroegere Ciossen) en hogere beroepsopleidingen (de vroegere ALO’s) en soms deuniversiteit, doch in hoofdzaak uit de reguliere KNZB trainersopleidingen.Feitelijk worden zij allen, na hun trainersopleiding, ondanks “het stage lopenbij een ervaren trainer” in het diepe gegooid.
Het ligt voor de hand dattrainen niet zomaar in een opleiding geleerd kan worden. De beginnende trainerkomt van een opleiding af met meer of minder omlijnde denkbeelden enzekerheden, waarin een zekere mate van zelfstandigheid wordt aangeleerd. Echterzelfstandig handelen vereist eigen creativiteit en eigen verantwoordelijkheid.De jonge trainer moet bereid zijn risico’s te nemen.
Leren, appelleert aandurven en kunnen. Als er geen risico’s genomen worden kan er ook niet geleerdworden. Alleen maar vanuit een bepaalde invalshoek trainingen geven brengt opde duur weinig verbetering. Daarbij komt nog dat niet alle trainingssituatiesgelijk zijn. Op het moment dat trainen door een aankomende trainer alsroutinematig wordt beschouwd loopt het mis. Hij dient ook bereid te zijn totafleren. Dit is minstens zo belangrijk als bereidheid tot leren. Je kunttrainingen niet afdoen als ware het standaard situaties.
Nu zijn trainers perdefinitie eigenwijs, denken alle wijsheid in pacht te hebben en beginnen franken vrij op hun “eigen wijze” met de trainingen. Door opnieuw het wiel uit tevinden ontstaat er gedurende een bepaalde periode kwaliteitsverlies.
Is dit wel de goedeaanpak, is dat de juiste manier? Of dienen er mogelijkheden worden geboden voorkwalitatieve ondersteuning zodat kwaliteit kan worden overgedragen, de nieuwetrainer zich sterker gaat voelen en de pupillen prestatief snel weer op hetoude niveau kunnen worden teruggebracht.
In dezwem(trainings)centra (Eindhoven en Amsterdam) doet dit probleem geen opgang.De trainer(s) daar zijn goed ontwikkeld, beschikken over meerjarige ervaring,daarnaast is er wetenschappelijke kennis en ondersteuning aanwezig; detechnische- en sportmedische begeleidinger om heen is uitstekend. Ook financieel en trainingstechnisch zijn devoorwaarden geschapen. Soms ontstaat er ook een nieuwe sterke vereniging doorde macht van het getal (meerdere verenigingen heffen zich op en er komt eenvoor in de plaats). Daarnaast beschikken wij in Nederland over een aantalsteunpunten met goede trainers. Maar is dat voldoende ?
Het blijkt in de praktijktelkenkere dat het vaak ontbreekt aan kwalitatieve ondersteuning die gebruiktkan worden om kennis en kwaliteit optimaal en flexibel te benutten en te integrerenin de dagelijkse trainingen. Het is -willen wij internationaal de boot nietmissen- derhalve van uitermate groot belang alle beschikbare kennis, ook binneneen zwemvereniging, bij elkaar te brengen, teneinde de kloof tussen theorie enpraktijk te overbruggen.
Waar blijft de kennis?
In onze opvattingstelt een (zwem)mentor zijn langjarigeervaringen -om niet- ter beschikking aan de nog minder ervaren trainer. Inwillekeurige volgorde enkele redenen die de wenselijkheid van het inschakelen vaneen mentor onderstrepen:
- Kenmerkend voor dementor functie is, dat de relatie met degene die begeleid of ondersteund wordt,op basis van vrijwilligheid plaats vindt;
- De aanwezige talenten(van zowel mentor als jongere trainer) worden optimaal gebruikt;
- Een mentor kan, vanuitzijn ervaring, vakkennis en inzicht, een beginnende trainer ondersteunen bijdiens streven uit te groeien tot een vakbekwame trainer;
- De mentor beschikt overmeerjarige kwalitatieve netwerken;
- De mentor kijkt vanuitzijn eigen expertise naar het trainingsproces, de wijze van training geven, hetbegeleiden van de pupillen en het coachen.
- Hij kan stimuleren,toont voorbeeldgedrag;
- Hij fungeert alsaanspreekpunt op het vakgebied en kan zowel in informele als formele gesprekkenveel op trainings- en coachingsgebied verduidelijken, een vraagbaak bij uitstekdus;
- Ondersteuning door eenmentor verbetert de kwaliteit van de training en coaching;
- De mentor adviseert opbasis van integriteit en vertrouwen;
- De mentor heeft geeneigen belang bij het te bereiken resultaat;
- Er is geen sprake vanhiërarchisch gezag.
- Niet bemoeizuchtig;
- Adviezen dienen aan tesluiten aan datgene wat men reeds weet;
- De adviezen dienen vanopbouwende aard te zijn;
- Stimuleren tot nadenkenen zelfreflectie;
- Steunen van de jongerecollega in overlegsituaties met pupillen en technische commissie (vraagbaak bijuitstek).
Samenwerken tussen mentoren trainer is de kurk waar het om draait.
- Richtlijnen (taken)opstellen waaraan verenigingen, trainers en mentoren moeten voldoen c.q. zichhouden;
- Vertrekkende trainersbenaderen of hij geinteresseerd is in het fungeren als mentor;
- Een pool (databank)vormen van geînteresseerde trainers.
- Tijdsduur van hetmentorschap (een zwemseizoen?).
Gelet op zijn kennis enervaring wordt van een mentor een bijzondere bijdrage verwacht, wanneer op hemeen beroep wordt gedaan. Hij kan immers ondersteunen en ideeën aandragen.
Anton Koekkoek.
[1] Achter elke succesvolle persoon, iser één elementaire waarheid: ergens, op de een of andere manier, zorgde iemandvoor hun groei en ontwikkeling, deze persoon was een mentor. Dr. Beverly Kaye(2003)
[2] De mentor is een „ervaren, objectiefklankbord met de bevoegdheid om gebeurtenissen te beïnvloeden“ (Conway, 1995)
