Snelste start van de wereld: Schoeman
Geschreven door Wieger Mensonides
Schoeman Roland M: wereldrecordhouder 50 meter vrije slag: 20.30
sec datum: 07-08-2009.
Om de 50 meter in een wereldrecord te zwemmen dien je een excellente start te hebben. Leerzaam is deze start te vergelijken met een andere
zwemmer. Goed te vergelijken is dit met PvdH die naast hem ligt. Start van de finale 100 meter vrije slag OS te Athene 2004. Baanindeling:
Baan 1: Neethling
Baan 4: Schoeman
Baan 5: PvdH
Baan 7: Draganja
Baan 8: Ian Thorpe
Figuur 1: 0.0
sec. Start. Let op de
starthouding van Schoeman in baan4 en PvdH in baan 5. Schoeman staat zo hoog
mogelijk en met zo gestrekt mogelijke armen.
PvdH staat daarentegen laag met het hoofd meer naar voren. Baan 1 is Neethling
en op baan 5 Ian Thorpe. Figuur 2: 0.18sec.
Baan4. Het achterste been steunt gespannen op de voet voor onmiddellijke afzet. Baan5. Pvdh lijkt dat niet te doen. Uitganspunten voor de starthouding: - Het zwaartepunt van het lichaam zo
hoog mogelijk. Hierdoor heeft het maximale potentiële
energie. Potentiële energie (hoogte) wordt bij het naar omlaag gaan omgezet in
kinetische energie. (voorwaartse snelheid) Denk aan een slinger. - Het lichaam staat gespannen als een
veer, om onmiddellijk weg te springen. (Alleen bij Schrede start) Figuur 3: 0.22 sec. Baan 8 Ian Thorpe met
conventionele start beweegt het snelst naar voren. Figuur 4: 0.26 sec. Baan 8 is het eerste naar
voren, kantelt . De schrede start beweegt eerst van achteren naar voren en
bouwt daarmee al snelheid voorwaarts op. Figuur 5: 0.30sec. Schoeman gaat in één beweging naar voren. Duwt
met het achterste been het lichaam naar voren en trekt/duwt met de armen. De
armen bewegen naar achteren. Figuur 6: 0.34sec. PvdH brengt het lichaam eerst
omhoog omdat hij te laag stond. Dit kost tijd en kracht. Figuur 7: 0.38sec. Achterste been van Schoeman zet krachtig en
snel af. Figuur 8: 0.42sec. PvdH gaat alleen omhoog. Er zit
geen afzetkracht naar voren in zijn
achterste been. Figuur 9: 0.48sec. Schoeman heeft zijn achterst been nu gestrekt
en gaat de afzet met zijn voorste been overnemen. Armen zijn naar achteren
bewogen om snel naar voren te kunnen gaan. Neethling beweegt de armen al naar
voren, niet in een zwaai maar met weinig energie langs het lichaam . Figuur 10: 0.52sec. PvdH is nu naar voren gekanteld
om met zijn voorste been af te kunnen zetten. Schoeman zet nu af met het
voorste been in een vloeiende overgang van het achterste naar het voorste been. Figuur 11: 0.56 sec. Het bovenlichaam van Schoeman is
tijdens de hele start alleen naar voren bewogen en niet omhoog en/of omlaag. Figuur 12: 0.6 sec. De armen gaan nu pas bij het laatste
stukje van de afzet naar voren . De armen bewegen langs het lichaam, en niet in
een zwaai, naar voren en dit kost op deze manier de minste energie. Figuur 13: 0.64 sec. Schoeman baan 4 is los van het startblok in: 0.64 sec. Pvd H zwaait de armen gestrekt onder zich
naar voren en duwt zich hiermee terug. Het voorste been van PvdH gaat nu
afzetten. Schoeman heeft een vrij vlakke start van ongeveer 10 graden
(optimaal). Figuur 14: 0.68 sec.
De armen van Schoeman zijn gebogen langs het lichaam naar voren aan het
bewegen. Figuur 15: 0.72 sec. Figuur 16: 0.76 sec. Figuur 17: 0.80 sec. P.v.d.H. was los van het starblok in 0.79 sec.
Baan 8 Thorpe in 0.81 sec. De schrede start heeft de conventionele start nu ingehaald
door het opbouwen van snelheid bij het van achteren naar voren bewegen bij de
schrede start. Figuur 18: 0.84
sec. Armen van Schoeman zijn nu gestrekt naar voren om in “one hole” in het water te duiken. Figuur 19: 0.88 sec. Figuur 20: 0.92 sec. Schoeman is ruim ½ meter
verder in het water. En dus ook met een veel hogere snelheid!! Figuur 21: 0.96 sec. Figuur 22: 1.00 sec. Hand raakt het water. Figuur 23: 1.04 sec. Hoofd in het water van zowel
Schoemen als van PvdH. Figuur 24: 1.08
sec. Tot het middel in het water en het lichaam gaat in retroflexie (hol)
om in “one hole” in het water te gaan.
Rugspieren spannen. Figuur 25: 1.12
sec. Figuur 26: 1.16 sec. Tussen de gele lijnen is Schoeman met het hoofd goed tussen
de armen. Helemaal vooraan PvdH met het hoofd te laag en roept weerstand op. Figuur 27: 1.20
sec. Schoeman veroorzaakt veel minder bubbles en is veel gestroomlijnder
dan PvdH met het achterste deel van het lichaam. Figuur 28: 1.24 sec. idem. Schoeman bljift gestrekt en glijdt door met geringe
weerstand. PvdH begint al gelijk met de benen naar beneden te bewegen en remt
zich af. Figuur 29: Idem Figuur 30:Idem Figuur 31: Schoeman begint eerst met
een opwaartse beenslag in de lijn van de beweging en heeft dus
weinig weerstand. Figuur 32: PvdH begint met een neerwaartse beenslag
en veroorzaakt erg veel weerstand. Figuur 33: 2.9 sec. P.v.d.H begint met
zwemmen na: 2.9 sec. met de linkerarm Figuur 34: 3.3 sec. Schoeman begint met zwemmen na: 3.3 sec. met de rechterarm
onmiddellijk na de tweede beenslag. Figuur 35: Na 3.9 sec, boven water
ligt Schoemen ±1 meter voor op PvdH Figuur 37:



































